Op 30 juli 2026 kwam Nirmal ‘Nimsdai’ Purja om het leven bij een lawine op Broad Peak. Hij was 43 jaar.
Ik moest meteen denken aan de beelden die ik eerder van hem zag. Aan zijn lach op de top, aan de enorme bergen waar hij op afging en aan de vastberadenheid waarmee hij Project Possible aanging. Maar vooral aan één moment dat me is bijgebleven. Hoog op de berg heeft een klimmer zuurstof nodig. Zonder hulp redt hij het waarschijnlijk niet. Nimsdai geeft zijn eigen zuurstof weg.
Dat raakte me toen al, en nu opnieuw. Op zo’n hoogte is zuurstof geen symbolisch gebaar. Je hebt die zuurstof zelf nodig. Misschien is dat ook waarom juist dat moment bij mij is blijven hangen. Midden in een missie waarin hij alles van zichzelf vroeg, was er blijkbaar nog ruimte om te zien wat iemand anders nodig had.
Project Possible
Toen ik 14 Peaks: Nothing Is Impossible zag, kon ik nauwelijks bevatten wat Nimsdai en zijn team daar presteerden. Het riep vooral ongeloof en diep respect bij me op. Veertien bergen boven de achtduizend meter in zes maanden en zes dagen, terwijl het toenmalige snelheidsrecord bijna acht jaar bedroeg.
Maar gaandeweg raakte me iets anders. Nimsdai begon aan Project Possible zonder te kunnen weten hoe hij alle problemen onderweg zou oplossen. Er moest geld komen. Vergunningen moesten geregeld worden. Het weer trok zich niets aan van zijn planning en de omstandigheden op een berg konden van het ene op het andere moment veranderen. De route ontstond terwijl hij al onderweg was.
Dat herken ik. Soms weet je heel helder waar je naartoe wilt, terwijl je nog geen idee hebt hoe je daar komt. Je begint omdat iets in jou al ja heeft gezegd. Daarna vraagt het alles wat je hebt: commitment, discipline, creativiteit, bereidheid om opnieuw te kijken wanneer iets niet werkt en het vermogen om door te gaan zonder dat iemand je kan beloven dat het lukt.
Dat was wat ik bij Nimsdai zag. Niet iemand die alleen maar geloofde dat iets mogelijk was, maar iemand die zijn handelen volledig in lijn bracht met dat geloof. Hij belde, regelde, trainde, klom, improviseerde en zocht een andere weg wanneer een deur dichtging.
En hij deed het niet alleen.
Nepalese klimmers waren een wezenlijk onderdeel van Project Possible. Nimsdai sprak ook nadrukkelijk over zijn wens om meer erkenning te krijgen voor de mensen en gemeenschappen achter het hooggebergte. Mensen wier namen lang veel minder zichtbaar waren dan die van de buitenlandse klimmers die mede dankzij hun kennis en vakmanschap de hoogste toppen bereikten.
Een van de beelden waarin dat voor mij prachtig samenkomt, is K2 in de winter van 2021. Tien Nepalese klimmers bereikten daar als eerste mensen ooit in de winter de top. Vlak voor het hoogste punt wachtten ze op elkaar. De laatste meters liepen ze samen, terwijl ze het Nepalese volkslied zongen.
Niet één man die de laatste meters alleen voor zijn rekening nam, maar tien mannen die besloten samen geschiedenis te schrijven.
Dat zegt ook iets over leiderschap wat mij raakt. Je kunt enorm gedreven zijn, een groot verlangen hebben en vooroplopen zonder dat alles uiteindelijk om jou hoeft te draaien. Je vuur kan ook iets in anderen aansteken.
De zuurstoftank
En dan kom ik weer terug bij dat ene moment.
Misschien juist omdat Project Possible zo extreem was. Op die hoogte doet iedere kilo ertoe. Iedere beslissing kan gevolgen hebben. Je lichaam werkt op de grens van wat het aankan en zuurstof is letterlijk van levensbelang.
Midden in die werkelijkheid ontmoet Nimsdai iemand die hulp nodig heeft.
En hij geeft wat hij bij zich heeft.
Voor mij komen in dat beeld twee krachten bij elkaar die we soms tegenover elkaar zetten. Enorme ambitie en menselijkheid. Voluit voor je eigen missie gaan en tegelijkertijd verbonden blijven met wat er om je heen gebeurt. Je eigen kracht innemen en die kracht ook kunnen inzetten wanneer iemand anders je nodig heeft.
Dat raakt aan iets wat ik zelf belangrijk vind in leiderschap. We hebben allemaal iets tot onze beschikking. Positie, kennis, geld, invloed, toegang, tijd, kracht of energie. Daar is op zichzelf niets verkeerds of verhevens aan. De betekenis ervan wordt zichtbaar in wat we ermee doen, juist wanneer er iets op het spel staat.
Nimsdai maakte zijn eigen ambitie niet klein. Integendeel. Project Possible was ongekend groot. Hij vroeg het uiterste van zichzelf en van zijn team. Maar blijkbaar hoefde die enorme gerichtheid op zijn eigen missie niet te betekenen dat de rest van de wereld uit beeld verdween.
Dat vind ik misschien wel veel interessanter dan het romantische idee dat leiderschap over dienstbaarheid zou moeten gaan. Kracht en dienstbaarheid hoeven geen tegenpolen te zijn. Je kunt veel willen. Je kunt winnen, creëren, bouwen, grenzen verleggen en ergens volledig voor gaan. En je kunt tegelijkertijd wakker blijven voor de vraag waar jouw kracht nog meer aan kan bijdragen.
Wat blijft
Op 30 juli kwam aan die buitengewone reeks expedities een einde. Nimsdai’s expeditie op Broad Peak werd getroffen door een lawine.
Ik wil van zijn dood geen betekenisvolle afronding van zijn levensverhaal maken. Daarvoor is het verlies te werkelijk en een berg te onverschillig voor de verhalen die wij mensen er later van maken. Nimsdai wist als geen ander dat je je tot in het uiterste kunt voorbereiden en dat er desondanks iets kan gebeuren wat je niet beheerst.
Misschien raakt juist daarom zijn verhaal me zo. Hij wist waar hij naartoe wilde en gaf daar alles voor, terwijl hij opereerde in een wereld waarin de uitkomst nooit volledig van hem was.
Daar ontmoeten voor mij daadkracht en overgave elkaar.
Je kunt trainen, organiseren, kiezen, risico nemen, opnieuw beginnen en alles doen wat binnen je vermogen ligt. Je kunt je volledig verbinden aan iets waarvan je diep van binnen voelt: hiervoor ben ik hier. Zonder vooraf te weten of het lukt, of hoe de weg ernaartoe eruit zal zien.
Uiteindelijk blijft er altijd iets wat we niet in de hand hebben. De berg laat zich niet beheersen. Het leven evenmin.
Je geeft alles wat je te geven hebt. En het Leven doet de rest.
Wat Nimsdai achterlaat zit voor mij daarom ook niet alleen in records. Het zit in de zichtbaarheid die hij gaf aan Nepalese klimmers en de Big Mountain communities, in de mensen met wie hij klom en in iedereen die naar zijn verhaal keek en daardoor anders ging denken over wat mogelijk is.
Hij verwoordde die missie zelf als het vergroten van de naam van de Big Mountain communities en mensen inspireren om in zichzelf en hun dromen te geloven en hard te werken voor hun eigen new possible.
Dat vind ik een mooie nalatenschap. Iemand hoeft je niet te vertellen wat jij met je leven moet doen om iets in jou in beweging te brengen. Soms is het genoeg om iemand te zien die werkelijk leeft wat hij gelooft.
Een zuurstoftank
En als ik aan Nimsdai terugdenk, zie ik uiteindelijk niet als eerste de veertien toppen of het record.
Ik zie dat vuur. Die lach. Een groep mensen hoog in de bergen. Een bijna onmogelijk doel waar iemand zijn hele wezen achter zette.
En ik zie een zuurstoftank.
Een klein beeld tegenover die gigantische bergen, maar voor mij misschien wel het beeld waarin zijn verhaal het meest menselijk wordt.
Wat zou jij aangaan als je werkelijk geloofde dat het mogelijk was? En wanneer er iets op het spel staat, waar geef jij je zuurstoftank aan weg?
Dank je, Nimsdai. Voor wat je hebt laten zien, voor wat je hebt gegeven en voor wat je in beweging hebt gebracht.