Je zit midden in een gesprek. Je hoofd weegt de argumenten en op papier lijkt het allemaal te kloppen. Toch gebeurt er iets anders. Een contractie in je buik, een stille rem waar je nog niet precies de vinger op kunt leggen. Je praat door, het gesprek eindigt, maar ’s avonds laat het je nog steeds niet los.
Veel leiders zijn sterk ontwikkeld in het hoofd. Strategisch denken, analyseren, vooruitkijken, informatie wegen en snel besluiten nemen zijn vermogens die ons ver brengen. Tegelijkertijd nemen we voortdurend meer waar dan wat ons denken op dat moment kan bevatten. Ons lichaam registreert wat er gebeurt, soms voordat we het bewust kunnen duiden.
In het bekken wordt die informatie heel direct voelbaar. In aantrekking of afkeer, een grens, verlangen, spanning, levensenergie, een lichamelijk ja of nee. Het hart brengt weer iets anders binnen: wat ons raakt en verbindt, waar we van houden, wat betekenis heeft en werkelijk van waarde is.
Hoofd, hart en bekken vertellen ons dus niet hetzelfde. Juist in hun samenspel ontstaat een rijker vermogen om waar te nemen, te onderscheiden en te handelen. En dat wordt vooral belangrijk wanneer er iets op het spel staat.
Wat onderweg uit beeld raakt
We worden geboren met een oorspronkelijke natuur, een eigen blauwdruk, en groeien tegelijkertijd op binnen een familiesysteem, een cultuur en een wereld die ons diep vormen. We leren wat gewaardeerd wordt, waarmee we verbinding houden, wat veilig is om te laten zien en wat we beter kunnen inhouden.
Daardoor ontwikkelen we sommige kanten van onszelf sterker dan andere. Denken kan heel vanzelfsprekend worden, terwijl voelen minder ruimte krijgt. Daadkracht kan worden gewaardeerd, terwijl ontvankelijkheid naar de achtergrond verdwijnt. Ook verlangen, seksualiteit, zachtheid, boosheid, kracht of creativiteit kunnen buiten het beeld raken van wie we denken te moeten zijn.
Wat uit beeld raakt, is daarmee niet verdwenen. Het blijft onbewust meespelen in waar we op reageren, wat we vermijden, wat ons aantrekt of afstoot en wat er gebeurt wanneer de druk stijgt.
Carl Jung beschreef vanuit de schaduw hoe we delen van onszelf buiten ons bewuste zelfbeeld kunnen houden. Daaronder vallen ook kwaliteiten, verlangens en krachten die we ooit hebben leren onderdrukken of niet hebben leren kennen. Juist in onze ontmoetingen met anderen kunnen we daarmee in aanraking komen. In wat we bewonderen, wat ons aantrekt en waar we soms opvallend sterk op reageren.
Ook zijn begrippen anima en animus raken hieraan. Jung beschreef hoe de man het innerlijk vrouwelijke en de vrouw het innerlijk mannelijke kan ontmoeten. In zijn visie op individuatie gaat het om het bewust worden en integreren van wat eerder buiten ons zelfbeeld lag.
Voor mij leven zowel het mannelijke als het vrouwelijke in ieder mens. Beide komen voort uit dezelfde Bron. Ik herken die krachten in bewustzijn en levensenergie, in richting en ontvankelijkheid, in daadkracht en overgave, in begrenzing en verbinding.
Die polariteit hoeft niet opgelost te worden. Het contrast heeft betekenis. Juist in de spanning tussen de polen ontstaat beweging, creatie en groei.
Van lood naar goud
Schaduw is niet iets wat we uiteindelijk achter ons laten. Er zal altijd iets zijn wat nog buiten ons bewustzijn ligt, een ervaring die ons raakt op een plek die we nog niet kennen of een nieuwe levensfase waarin opnieuw iets van ons gevraagd wordt.
En juist daarin kan kracht verborgen liggen.
Wat we ervaren als weerstand, schaamte, woede, angst, aantrekking of verlangen kan iets zichtbaar maken wat nog niet volledig beschikbaar is. Een grens die ingenomen wil worden. Een kwaliteit die we lang hebben ingehouden. Seksualiteit. Kracht. Creativiteit. Een verlangen dat ons in een richting trekt die we nog niet kennen.
Het kost energie om delen van onszelf buiten ons bewustzijn te houden. Tegelijkertijd is het niet de bedoeling om de schaduw weg te werken en uiteindelijk alleen het ‘licht’ over te houden. Het gaat om heelheid: het hele spectrum van ons mens-zijn kunnen ontmoeten, ook wat ons verrast of niet past bij het beeld dat we van onszelf hadden.
Door te zien, voelen, uiten en transmuteren kan wat onbewust stuurde een andere plaats krijgen. De levensenergie die erin besloten ligt komt opnieuw beschikbaar. Wat ooit vooral als bescherming, pijn of beperking werd ervaren, kan kracht, wijsheid en creatie voeden.
Daarmee groeit ook ons vermogen om voluit te leven. Om dieper lief te hebben, onze scheppingskracht tot expressie te brengen en te ontdekken waartoe we werkelijk in staat zijn.
Dat is de alchemische beweging die mij fascineert: van lood naar goud.
Niet één keer. Niet als eindstation. Het Leven brengt steeds opnieuw situaties, relaties, verlangens en verantwoordelijkheden waarin een volgende laag zichtbaar kan worden.
Levensenergie
In het bekken raken we aan diezelfde levensenergie. Aan de fundamentele kracht die voelbaar wordt in seksualiteit en verlangen, maar net zo goed in plezier, nieuwsgierigheid, creativiteit, levenslust en de impuls om iets nieuws te creëren.
In Tantra en yogische tradities wordt deze levenskracht verbonden met Kundalini en Shakti, de levende, scheppende kracht in de mens. Ook onze seksuele energie komt voort uit diezelfde Bron. Die is verbonden met de levensenergie waarmee we verlangen, liefhebben, genieten, creëren en nieuw leven voortbrengen.
Wanneer we delen van onszelf langdurig inhouden, raakt dat daarom niet alleen aan wat we voelen. Ook ons levensvuur, onze expressie en ons vermogen om te creëren kunnen daarin worden geraakt. Andersom kan er veel levensenergie vrijkomen wanneer we opnieuw contact maken met wat ooit buiten beeld raakte.
Dat maakt het bekken voor mij wezenlijk in leiderschap. Het hoofd helpt ons begrijpen en onderscheiden. Het hart verbindt ons met liefde, betekenis en wat werkelijk van waarde is. Het bekken brengt ons in contact met instinct, grens, verlangen, seksualiteit en scheppingskracht.
Samen geven hoofd, hart en bekken ons toegang tot een groter deel van wie we zijn.
Wanneer er iets op het spel staat
De betekenis van hoofd, hart en bekken wordt vooral zichtbaar wanneer het leven niet keurig één antwoord geeft.
Je hoofd kan precies weten wat verstandig lijkt, terwijl je lichaam terughoudend reageert. Je kunt diep naar iets verlangen en tegelijkertijd voelen hoeveel er verandert wanneer je daarnaar handelt. Je hart kan weten wat van waarde is, terwijl belangen, verwachtingen en verantwoordelijkheden een andere kant op trekken.
Congruentie betekent niet dat die spanning verdwijnt. Er kan verlangen én angst zijn. Liefde én een grens. Daadkracht én ontvankelijkheid. Spanning en weerstand zijn daarin geen storingen om eerst op te lossen. Ook zij dragen informatie en kunnen de aanjager worden van een volgende beweging.
Hoofd, hart en bekken in lijn betekent dat al die informatie mee kan doen. Dat je kunt denken zonder het lichaam buiten te sluiten, voelen zonder je onderscheidingsvermogen te verliezen en je kracht innemen terwijl je hart open blijft. Je onderzoekt wat er werkelijk speelt en wat je onbewust stuurt, en neemt van daaruit positie in.
Dat krijgt gewicht in de momenten waarop je niet vrijblijvend kunt blijven kijken. Een besluit waarvan je weet dat het gevolgen heeft. Een grens die uitgesproken wil worden. Een gesprek waarin verschillende belangen tegenover elkaar staan. Een verlangen dat iets van je bestaande leven ter discussie stelt.
Dan wordt voelbaar of wat je van binnen weet ook zijn weg vindt naar je stem, je keuzes en je handelen.
Daar krijgt leiderschap draagkracht.
Kracht die kan dragen
Die draagkracht verandert ook hoe we ons tot macht verhouden. Kracht die we in onszelf moeilijk kunnen ontmoeten, kan op allerlei manieren tot uitdrukking komen: in terughouden of overnemen, in bewijzen, aanpassen, beheersen of afstand houden.
Wanneer er van binnen meer beschikbaar komt, ontstaat er ook meer vrijheid in hoe we onze kracht gebruiken. Je kunt een duidelijke positie innemen zonder de ander kleiner te maken. Luisteren naar verschillende perspectieven en daarna nog steeds een moeilijk besluit nemen. Een grens stellen en verbonden blijven. Invloed uitoefenen terwijl anderen hun eigen positie en verantwoordelijkheid behouden.
Daar raakt hoofd, hart en bekken aan wat ik macht-mét noem: kracht en positie innemen zonder daarvoor de kracht en autonomie van een ander te beperken.
Wat we daarin belichamen blijft niet binnen onszelf. Het komt mee de ruimte in. In hoe we reageren op spanning en tegenspraak, hoe we omgaan met verschil, welke grenzen we stellen en hoeveel waarheid er in een gesprek kan bestaan.
Zo beweegt innerlijk leiderschap naar buiten. Naar onze relaties, de mensen met wie we werken, besluitvorming, cultuur en uiteindelijk de systemen die we samen vormen.
Het innerlijk huwelijk
Daar komt voor mij samen wat ik met Écht Leiderschap™ bedoel.
Hoofd, hart en bekken. Het mannelijke en vrouwelijke. Bewustzijn en levensenergie. Krachten die in ieder mens leven en voortkomen uit dezelfde Bron. Geen van beide krachten is groter of belangrijker dan de ander.
Waar die krachten elkaar ontmoeten, krijgt levensenergie ruimte en richting. Bewustzijn krijgt leven, beweging en expressie. Geven en ontvangen worden één beweging.
Die verbinding werkt door in hoe we liefhebben, in relaties en intimiteit, in wat we creëren en in hoe we omgaan met macht, grenzen en verantwoordelijkheid. In het vermogen om volledig aanwezig te zijn, onze eigen plek in te nemen en ons tegelijkertijd open te stellen voor wat het Leven van ons vraagt.
Daar ontmoeten innerlijke vrijheid en uiterlijke invloed elkaar.
Wat bewust wordt, kan worden belichaamd. En wat we belichamen krijgt vorm in ons leven en in de wereld om ons heen.
Niet alleen begrijpen wat waar is, maar het leven.
